&Follow SJoin OnSugar

Once upon a time in Istanbul

Ottoman Recipe

Reeds drie maanden mag ik proeven van al het lekkers dat Istanbul te bieden heeft. En het is er weer aan te merken, moet ik toegeven. Tijd dus om jullie ook even te laten meegenieten en een traditioneel Turks receptje met jullie te delen. Let wel, deze bereiding neemt alles bij elkaar ongeveer twee uur in beslag, want zo’n heerlijk gerechtje is natuurlijk niet op één-twee-drie gebakken.

Voor deze bereiding neem je een klein stukje rauw vlees. Het is belangrijk om het vlees goed voor te bereiden. Daarvoor plaats je het eerst in een voorverwarmde oven, zodat het vlees alvast op temperatuur kan komen. Na een tiental minuten, haal je het vlees uit de oven, en leg je het op een hete bakplaat. Als je merkt dat de onderkant goed doorbakken is, draai het dan nog even om, zodat ook de andere kant kan garen. Wanneer het vlees mooi rood is en begint te zweten, en het eventueel een beetje begint tegen te pruttelen, is het klaar voor de volgende stap.

Vergis u niet, koken is nog steeds niet mijn favoriete bezigheid. En vlees bakken heb ik eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ik leef nog liever vegetarisch, dan me daar aan te moeten wagen. Het desbetreffende stukje vlees ben ikzelf in dit geval. Namelijk vorige week zondag, in de oven, ik bedoel, hamam. En ik deel met jullie mijn receptje voor de ultieme ontspanning! Iedereen weet dat ik thuis meer tijd in bad doorbreng dan eruit, en Cleopatra is niet voor niets my middle name. Dus toen de mid-term examens eindelijk voorbij waren, was het hoog tijd om dit gestresseerd konijn eens te trakteren op een verwennerij. En anders vinden we ook wel een andere reden om naar de hamam te gaan.

Daar lag ik dan te bakken en te braden op de grote marmeren tafel. Rondom mij hoorde ik de Turkse dames zingen, in harmonie met het gekletter van het water. Er hing een zalig ontspannende sfeer. Ja, zelfs mijn allerkleinste teen werd er helemaal ontspannen van. Puur genieten. Door de olifantsogen in de koepel vielen er enkele mysterieuze lichtstralen naar binnen. Alsook, zo zegt men, Allah's alziende oog. Ik voelde me best wel een beetje begluurd, zeker toen de mollige dame naast me 'schoon velletje' mompelde. Of toch iets in die aard. Maar ik kon ze natuurlijk geen ongelijk geven.

Nadat ik langs beide kanten goed doorbakken was en er al een beetje als een gekookte kreeft uit begon te zien, was het tijd voor de afwas, ik bedoel, voor een scrub-, was- en massagebeurt. Met een kese, of laten we het maar gewoon een schuursponsje noemen, werden we gescrobd alsof het een lieve lust was. Daarna werden we met zeepsop overspoeld en okselfris gewassen. Een mens denkt dat hij proper is als hij zich dagelijks doucht, maar niets blijkt minder waar. Ik kan er nu wel weer tegen voor de rest van mijn verblijf, al stel ik dan wel voor dat niemand me komt opwachten op de luchthaven.

Na een uurtje stomen en scrobben, verlaat ik, ietwat met tegenzin en met nog een beetje zeepsop in de oren, de hamam. Blinked als een spiegeltje en zo zacht als een schaapje, ben ik klaar om me weer in de chaos van de stad te begeven, waar ik nog genoot van köfte (zie bovenstaande foto), een typisch Turks gerechtje!

My bedroom

Dit is nu eens een droom van een kamer. De mijne. Nog tot 21 juni. Want dan kom ik naar huis.

Tot snel!

The edge of glory

Mijn excuses voor het lange wachten op de volgende post, maar ik kan het allemaal uitleggen. Eerst waren er die verdomde mid-term examens, waarvoor ik, tegen alle verwachtingen in, toch een volledige week heb moeten studeren. Dan was er het mooie weer, eindelijk, en voelde ik me verplicht om alle plaatselijke bazaars leeg te plunderen. Ik kan ondertussen zelf een bazaar openen, denk ik. En dan kwam er bezoek. Kortom, het kwam er maar niet van om nog eens iets te posten.

Hoe langer ik wachtte om een nieuwe blog te schrijven, hoe meer ik me verplicht voelde om een verhaal te schrijven dat de moeite waard was. Ik wilde jullie verrassen met een heus avontuur. Zo één zoals alleen James Bond zelf ze tegenwoordig nog meemaakt. Maar er gebeurde niets bijzonders in mijn leven. Oké, mijn examenresultaten waren beter dan in de lagere school. Hooray for me! Ik werd aangevallen door een éénogige, hongerige kat. We gaven een pannenkoekenfeestje. In de hamam werd ik hardhandig gescrubd en okselfris gewassen. Was eens nodig blijkbaar. En over ons residence permit kan ik ook, letterlijk, wel nog eens een boekje opendoen. Maar dat waren niet de grote avonturen die ik voor ogen had.

Tot ik op een dag een langverwacht telefoontje kreeg van een castingbureau. ‘Of ik dan toch wilde figureren in die film?’ Ik had reeds gehoord van de opnames, en had in een overmoedige bui, bij wijze van open sollicitatie, een mailtje en foto's (dankje Hazel!) naar het castingbureau gestuurd. Hoewel ik het contradictorisch genoeg eigenlijk niet erg heb voor camera’s, fototoestellen, of elke andere vorm van overdreven aandacht, maar figureren? Daar droomde ik stiekem al lang van! Wacht tot je hoort voor welke film!

En zo schreef deze blog zichzelf.

Ik werd nog voor dag en dauw verwacht op taksim, waar ik opgehaald werd om naar de set te rijden. Net op tijd, want de roedel honden die over taksim heerst was ook juist opgestaan. En het zag er naar uit dat niemand van de zatte Turken, die je daar wel kan verwachten op dergelijke uren, me zou komen redden. Dé set bleek mijn allerliefste, favoriete plekje van heel Istanbul te zijn: de Grand Bazaar. Ik ben eerlijk gezegd een beetje geïntrigeerd door deze eeuwenoude plek. In een poging om de geheimen van de bazaar te ontrafelen, ga ik dan ook regelmatig op een rustige dag een praatje slaan en appeltheetjes drinken met de bazaarbewoners om de geheime deuren achter zogezegde wandtapijten, verbogen zoldertjes, en wie weet ook wel kelders te ontdekken.

De poorten gingen voor ons open. De anders zo overbevolkte en bruisende bazaar lag er verlaten bij. Er hing een bijzondere sfeer. Het was er nog donker. Gelukkig viel er hier en daar een mysterieus lichtstraaltje naar binnen. We moesten een contractje ondertekenen voor gebeurlijke ongevallen en nog wat kleine lettertjes, daarna moesten we naar de keuring. Ik had me nauwkeurig aan de kledingsvoorschriften gehouden, maar had voor de gelegenheid natuurlijk wel mijn allermooiste outfit aangetrokken. Je komt niet elke dag in een film. Verloren moeite bleek het. ‘Take everything off except for your boots’, kreeg ik te horen bij de kledingcontrole. In plaats daarvan kreeg ik een oversized outfit aangemeten. Toen ik vroeg ‘are you kidding me?’ moest ik een nog veel lelijkere outfit aantrekken. Dus zweeg ik wijselijk, voor het allemaal nog erger werd. Het moet gezegd worden, de dames van de kleding waren allerminst vriendelijk en hebben voor die dag alleen al tientallen modemisdaden op hun geweten staan. Maar als figurant valt daar niet over te discussiëren, dus lachte ik het samen met mijn medeslachtoffers weg en ging verder naar de make-up. Daar werd beslist dat ik er zo wel mee door kon. Jammer, want ik wilde wel eens professioneel opgemaakt worden.

Daarna kregen we ontbijt. Gratis eten was namelijk part of the deal. Toen we daar om 9h nog zaten, begon ik me af te vragen waarom ik in godsnaam om 4h opgestaan was. Maar plots kwam er schot in de zaak. 'Jij, jij en jij, meekomen!', zei een goedlachse Amerikaan. We werden begeleid naar een andere gang in de bazaar, waar ze volop aan het filmen waren.

Ik wist niet goed wat er stond te gebeuren. De gang was met pilaren in drie verdeeld. In de eerste en tweede gang stonden twee stuntmannen met een, ik noem het ‘een gezicht’ op. Een aantal punten en lijnen, zodat er later digitaal het juiste gezicht opgeplakt kan worden. Ik werd in de derde gang naast één van de bijzonder knappe stuntmannen geplaatst, en kreeg twee, iets minder knappe, Turkse vrienden aangewezen. Ik moest een mij op het lijf geschreven rol spelen: hongerige toerist in de bazaar. Er werd me gevraagd om te wandelen, eens links en rechts te wijzen, en zogezegd met mijn twee nieuwe vriendjes, die trouwens geen woord verstonden van wat ik zei, te bespreken waar we zouden gaan eten. Wanneer de stuntmannen voorbijkwamen, moesten we schrikken en hen verbaasd nastaren. Ik snapte het allemaal niet zo goed. Misschien ook omdat bijna alle instructies in het Turks gegeven werden. Maar het zou bij de eerste repetitie wel duidelijk worden, werd me verteld.

Toen het Turkse equivalent voor 'actie' weerklonk, wandelde ik dus braafjes, wees eens links en rechts, en voerde een nogal éénzijdige conversatie met mijn vrienden. De stuntmannen kwamen inderdaad voorbijgelopen, ik deed alsof ik schrikte en gaapte ze wat na… Bijzonder spannende scène moet ik zeggen.

Daarna werd alles even stilgelegd. Er trok een kuisploeg door de gangen. De vloer werd vakkundig op putten gecontroleerd en er werd nagekeken of alles goed opzij stond. Er kwam een nieuwe lading stuntmannen die verspreid over de eerste twee gangen werden geplaatst. Zij werden bevolen heen en weer te springen tussen de pilaren.

Plots hoorde ik in de verte twee motoren weerklinken en werd het me allemaal duidelijk. Het zou een indrukwekkende achtervolgingscène worden. Met een overdreven snelheid reden de stuntmannen op hun motor door de smalle gangen van de bazaar. Ik verschoot me een ongeluk toen ze rakelings langs mij passeerden en ik gaapte ze, dit keer niet geacteerd, na. Vijf minuten later hing mijn mond nog steeds open van verbazing.

Ik herrinnerde mij de kleine lettertjes in het contract en begreep dat dit best een gevaarlijke scène was. Knap werk van de stuntmannen, die zeer vakkundig de heen en weer springende mannen en pilaren wisten te ontwijken en in volle snelheid tussen de smalle gangen kunnen manoeuvreren. Ze reden zo snel, dat na elke rit de motoren met een blazer afgekoeld moesten worden. En daar stond ik dan telkens te wachten naast de stuntman, met zijn gezicht op, die af en toe eens knipoogde. Waarna men mij ook best met een blazertje wat kon afkoelen.

Vier uur lang, lachte ik schaapachtig naar de stuntman, wandelde ik, wees links en rechts, en probeerde ondertussen een nog steeds éénzijdige conversatie te voeren moet mijn nieuwe vrienden. Ik schrok me elke keer weer te pletter als de motors voorbij kwamen en sloeg zelfs een beetje rood aan van het verschieten. Zelfs na de 25ste keer. We noemden het een special effect dat ze er gratis en voor niets bij kregen. Want probeer dat maar eens te acteren. Alsof dat nog niet spannend genoeg was, stond de camera bijna heel de tijd vrolijk vlak voor mijn neus.

Toen mijn enthousiasme eindelijk een beetje begon te minderen, ik kreeg honger en rugpijn, was het tijd voor een welverdiende lunch. Links van me aan tafel zat een duitse Hell’s Angel, die met veel plezier zijn hele rock ’n roll verleden uit de doeken deed en me uitnodigde voor een ritje op zijn motor. Toch maar niet, dank u. Rechts van mij zat een mediterende Turk, die de Duitser de hele tijd afkeurende blikken toewierp en me vervolgens uitnodigde voor een wandeling in een naar het schijnt erg bijzondere tuin. Ik zal er eens over nadenken. Daartussen zaten dan mijn vijf grootste fans, die zelf geen woord Engels spraken, maar bij alles wat ik zei een welgemeende ‘wow’, ‘waw’ of ‘oh’ uitsloegen. En zo voelde ik me toch een beetje de ster van de set.

Het zag er naar uit dat het lang zou duren vooraleer de opnames terug zouden starten, het leven van een figurant is nu éénmaal veel wachten en eten, dus besloot ik ondertussen de geheimen van de bazaar verder te ontrafelen. Omringd door mijn fans, ging ik op stap in de voor de rest verlaten bazaar. Ik ontdekte eindelijk een patroon in de wirwar van gangen én een toilet. Ook kon ik ongestoord alvast mijn toekomstige aankopen uitkiezen.

In de late namiddag werden de opnames eindelijk hervat. Deze keer werd nog groter materiaal bovengehaald. Een quad met een camera op, die even breed was als de gang. Deze moest de motors in volle snelheid achtervolgen. Straf was dat. En ook ik ging verder met wandelen, wijzen en schaapachtig lachen. Tegen een uur of zeven, klonk er een applaus. De opnames zaten er blijkbaar op voor vandaag. Alsof ik dit alles ook niet voor niets zou gedaan hebben, of voor het gratis eten, kregen we betaald en werden braafjes terug op taksim afgezet.

Als jullie willen weten hoe de scène er uiteindelijk uit zal zien, dan kan dat vanaf eind oktober in de bioscoop. De knappe stuntman naast me zal namelijk het gezicht van de enige echte Daniel Craig opgeplakt krijgen. En heel misschien zie je me dan wel aan de zijde van James Bond in de openingsscène van ‘Skyfall’. Of toch tenminste mijn arm of een stuk been. Ik ben alvast fan! Vooral van de stuntman dan.

Oja, binnen een halfuurtje landen mijn mama, broer én oma in Istanbul. Hoe geweldig is dat!

The underdog

Ik denk dat iedereen intussen wel al weet hoe groot mijn liefde voor de viervoeter is. Mans trouwste vriend. Redder in nood. Bewaker van je eigendom. Maar ik ben geen fan. Zelfs niet als het op mijn bord ligt. Het smaakt naar vervallen stoofvlees.

Wiske is zijn naam. Eigenlijk heet hij Odin, maar hij is geen Noorse oppergod en hij heeft ook geen achtbenig paard, dus Wiske zal het zijn! Verveeld ligt hij daar, godganse dagen in het midden van de gang. Als je goed kijkt, zie je de verveling bijna letterlijk van hem afdruipen. Als een ninja kom ik aangeslopen, in de hoop dat hij me niet ziet. Maar hem bedot je niet. Het is een echte waker, die Wiske. Hij ligt dan ook, mídden in de gang, je kan er niet omheen. Je moet er eigenlijk overspringen.

Wanneer hij mijn kop aan de deur ziet verschijnen, springt hij meteen recht. Zijn tong valt uit zijn bek en hij begint te kwispelen. Vrolijk loopt hij voor me uit op de trap, kijkt halverwege even of ik nog volg en wacht dan braafjes aan de deur van ons appartement. Alsof hij wil zeggen, ik weet wel waar je woont! En telkens weer, staart hij me met onvervalste hoop in zijn kleine, fonkelende hondenoogjes aan, vragend of ik vandaag toch niet voor één keertje met hem wil spelen.

Maar dan verandert de sfeer in de gang. Hij staart me aan, ik kijk oersaai de andere kant op. We blijven staan. Vijf minuten verstrijken. Ik wacht, tot zijn hoop in duizend stukjes uiteenspat en hij zich, met de staart tussen de pootjes, een verdieping lager weer in de verveling stort.

Ik weet het. Het is hard. Maar ik wil het niet nog eens meemaken. Dat hij, wanneer ik hem een seconde uit het oog verlies, binnenglipt, en met zijn naar hond ruikende pootjes, in onze witte! zetel rond dartelt, al was het een konijn in de heide. Waarna hij zijn tocht verder zet naar het bed, en er, als ware het een trampoline, vol jolijt op en neer springt.

Vier keer rende hij heen en weer, van de zetel naar het bed, en van het bed naar de zetel. Zulke scenario's spelen zich dan in mijn hoofd in slow motion af. Wiske die, compleet buiten adem, chariots of fire op de achtergrond, zijn tong die vrolijk in de wind flappert, heen en weer rent, terwijl hij in de bochten bijna onderuit glijdt door zijn overdreven snelheid. Wiske, die normaal te welopgevoed en beschaafd is om te blaffen of te grommen, kan nu zelfs een speels geblaf niet langer onderdrukken. Iedereen rent achter hem aan. Wiske, volop in de waan dat we met hem willen spelen kan zijn geluk niet op! En wanneer hij in de hoek van de kamer een bal ziet liggen, is het feest helemaal compleet. Het was vast de gelukkigste dag van zijn leven. De dag dat hij er weer plezier in had om hond te zijn!

En zo worden mijn dagen aaneengeregen. Met dezelfde consistentie, ligt Wiske elke dag mídden in de gang en spring ik er overheen. En met dezelfde consistentie, staart hij me dag na dag hoopvol aan. Het is alsof Wiske een beetje deel uitmaakt van het ganginterieur. We grapten zelfs dat zijn sneeuwwitte pelsje best wel mooi zou zijn voor op mijn bedje. En lekker zacht.

Tot hij er op een dag niet meer lag.

A poetic afternoon

Het is vrijdagmiddag. Ik geniet van een goed boek in mijn zonovergoten kamer, het gezang van de vogeltjes en het geroezemoes van de stad op de achtergrond. Een mens zou er bijna poëtisch van worden. Tijd dus om ter ere van deze betoverende stad een haiku te schrijven, of toch een poging tot:

Istanbul

baklava, lokum

ik blijf hier

A curious incident in the night-time

De nacht heeft reeds een sluier over Istanbul gelegd, wanneer ik moeizaam maar zeker de laatste heuvel op weg naar huis trotseer. Tot ik plots merk dat ik gevolgd word. Ik kijk achterom. Ze zijn zeker met vijf, en in de verte komt er nog eentje aangeslopen. Ik kijk een tweede keer achterom. Één voor één staren ze me aan. Kijk ze niet in de ogen, denk ik bij mezelf. En stop met zweten, ze ruiken vast je angstzweet. Laat ze vooral niet merken dat je bang bent!

Langzaam en stilzwijgend word ik in een hoek gedreven. Er is geen uitweg meer mogelijk. Ik ben volledig omsingeld. De leider kijkt de andere bendeleden met een indringende blik aan en staart dan weer naar mij. Ik slik. De spanning is te snijden. Tot hij plots met een zelfvoldane grijns de andere bendeleden toeknikt, alsof hij wil zeggen, die hebben we weer eens goed geïntimideerd! Hij blaft. Draait zich om en verdwijnt met een kwispelende staart in het holst van de nacht. De anderen volgen hem gehoorzaam, op zoek naar hun volgende slachtoffer.

And this, dear friends, is a true story. Of toch tenminste hoe ik het zie.

Land van overvloed

Reeds een maand, maakt mijn hart kleine en grote sprongetjes, zoals een kind tijdens Sinterklaas dat een teveel aan speelgoed en onverantwoord veel marsepein en chocolade kreeg, niet wetende waarmee het eerst moet spelen of wat het nu eerst moet opeten. Reeds een maand, vindt er af en toe een kleine kortsluiting plaats in mijn hersentjes, door een overload aan geweldigheid. Reeds een maand, kijk ik mijn ogen uit, terwijl ik mij verloren eet en te pletter shop. Want dit is me intussen wel al opgevallen, in Istanbul is nooit iets ‘gewoon’, maar is alles altijd ‘overdaad’.

Istanbul is een spektakel voor al je zintuigen. Het is een bruisende metropool, die overstroomt van paleizen, moskeeën, bazaars en musea. Een stad die zich noodzakelijkerwijze uitstrekt over twee continenten, want één continent was niet genoeg om al die schatten uit een ver verleden te herbergen. Volgebouwd met architecturale pareltjes, hippe bars en de meest trendy winkels die ik in jaren gezien heb, overgoten met een ongeziene gastvrijheid en dag en nacht gevuld met het zoetste parfum. Een inspirerend nachtleven om u tegen te zeggen. En dan heb ik het nog niet over de hamams gehad!

Kortom, dit is een stad van teveel en nog net dat tikkeltje meer. Maar het nadeel van al deze exuberante geweldigheid is dat iedereen hier wil zijn. Achttien miljoen mensen hebben reeds de weg naar dit paradijs gevonden. En elke dag, barst Istanbul een beetje meer uit zijn voegen. En dat merk je.

Je merkt het wanneer je gaat winkelen in Istiklal Caddesi, de Meir gelijk dat we zeggen, waar dagelijks zo’n drie miljoen mensen zouden passeren. Ik heb ze nog niet geteld, maar ik kan het me best voorstellen. Je merkt het wanneer je op één van de vele snelwegen, op één van de vele bussen in één van de vele files staat en geplet wordt tussen Ali en Baba. Zelfs de honden en katten stromen hier uit alle hoeken van het land toe en nemen ’s nachts de stad over met hun geblaf, gejammer en gehuil. Hoe ze hier nog niet op het idee gekomen zijn om een kat tussen de kebab te draaien, blijft een mysterie.

Persoonlijk vind ik het soms best vermoeiend, al die overdaad. Het ontbreekt mij aan discipline om af en toe nee te zeggen of om een gebakje af te slaan. Je ziet me hier dan ook regelmatig rondhuppelen met een durum in de ene hand en een zakje lokum in de andere. Maar de Turken laten het zich blijkbaar welgevallen. Er wordt lustig geshopt, gehammamd, gegeten en theetjes gedronken bij de vleet. Echt werken heb ik er hier nog niet veel zien doen. Niemand is gehaast. Dat is ook best moeilijk, met al die heuvels. Jong en oud, kat en hond, Fien en ik, echt iedereen geniet.

En zo was er eens een Turk, met het ingenieuze idee om al deze overdaad te verpakken in een klein vierkantje. Hij nam daarvoor het zoetste fruit, deed er kilo’s, wat zeg ik, tonnen suiker bij en alsof dat nog niet zondig genoeg was, overgoot hij het met bloemsuiker. Hij noemde het lokum. May Allah bless him voor het uitvinden van deze zoete zonde. Zo zoet, zo vol, zo intens, en soms met nootjes. Zo smaakt Istanbul!

Hoe heel dit land nog geen suikerziekte heeft ontwikkeld, is mysterie nummer twee.

My room

Want een foto zegt meer dan duizend woorden.

Marmara University

Nerveus als een kleuter, met mijn boterhammetjes en een chocomelkske op zak, huppelde, vaarde en nam ik de bus op weg naar mijn eerste schooldag! Ik had er al zin in: studeren aan de prachtige Universiteit van Marmara, de tweede grootste universiteit van Turkije. In totaal zijn er drie campussen. Onze faculteit is gevestigd op Anadolu Hisari, een campus die letterlijk van onze kaart valt. Gelegen aan het gelijknamige fort aan de Aziatische zijde van de Bosphorus én voorzien van een Olympisch zwembad en andere sportfaciliteiten. Sportief als ik ben, zag ik mij al voor de les enkele baantjes trekken.

Viel dat toch wel even tegen! Deze prachtige foto blijkt genomen te zijn op de faculteit rechten. Voor de faculteit van de politieke wetenschappen waren de lira's blijkbaar op. Ik durf nu niet te beweren dat onze campus nog marginaler is dan Anhui University, de universiteit waaraan ik in China studeerde, maar het komt toch aardig in de buurt. Het is er wel gezellig, dat wel. En niemand spuwt hier op de grond, ook altijd mooi meegenomen. Maar laten we stellen dat de infrastructuur toch een beetje te wensen over laat. Airco was bijvoorbeeld leuk geweest, of ik zeg zo maar iets, een klink op de deur ofzo. Toen de professor op een gegeven moment de deur van de klas zonder enig vermoeden dicht deed, is die ook dicht gebleven tot we bevrijd werden door technisch personeel. Er mogen dan wel weinig voorzieningen zijn, het essentiële is er wel in elke klas: het hoofd van één of andere Turk, de Mustafa, beter bekend als Ataturk, die uit de muur komt piepen en je drie uur lang met een ietwat treurige, maar doordringende en vaderlandslievende blik aanstaart.

De lessen zijn nog wel te verteren. Maandagochtend begin ik meteen met de interessantste les van de week: Turkish Foreign Policy. Daarna gaat het alleen maar bergaf. In de namiddag heb ik Current International Issues, waarbij mijn gedachten regelmatig eens afdwalen naar de Egyptische bazaar waar ik dan mijn zoveelste stukje lokum naarbinnen werk, als er weer een vraag gesteld wordt in het Turks en die uitgebreid in diezelfde vreemde taal beantwoord wordt. Op dinsdag heb ik enkel in de voormiddag Political Economy of the Third World, samen met Fien. Deze prof is echter nog niet komen opdagen, dus dat blijft nog een verrassing. Verder wordt het academisch kwartiertje hier erg letterlijk genomen en vindt men het overdreven om tot de laatste minuut, ik bedoel laatste halfuur, les te geven. ’s Middags kan je genieten van een interessante maaltijd in de kantine. Een soepje, rijst, iets onbepaalds en een mandarijntje. Het heeft veel weg van een gevangenismaaltijd, maar voor 65 cent hoor je mij niet klagen.

Wanneer je dan nog een sprongetje in het zwembad zou willen wagen, moet je eerst een aantal testen ondergaan. Een zwemtest lijkt me in dit geval zeer relevant, maar het blijkt echter om bloed- en urinetesten te gaan. Ik plaats het even mentaal in de categorie 'overdreven' en denk er nog eens over na. Als je het er toch voor over hebt, heb je wel het zwembad voor jou alleen natuurlijk.